Waarom een eerdere afwijzing van de gemeente jarenlang kan doorwerken

Een principeverzoek of idee-verkenning lijkt vaak een veilige en laagdrempelige eerste stap. In werkelijkheid ontstaat er direct een dossier. Zeker bij paardenprojecten, waar veel gemeenten geen duidelijk beleid hebben, kan een te vroeg ingediend plan jarenlang blijven doorwerken. In deze blog leggen we uit waarom een eerdere nee van de gemeente vaak blijft hangen en waarom strategie begint bij het lezen van het volledige dossier.

image

Er zijn zinnen die in onze praktijk regelmatig terugkomen.

Nee blijft vaak een nee is er één van.

Een eerdere afwijzing van de gemeente verdwijnt zelden vanzelf uit beeld. Ook niet wanneer er jaren overheen gaan. Ook niet wanneer een initiatief later anders wordt omschreven, beter wordt onderbouwd of door een nieuwe eigenaar opnieuw wordt ingebracht. Zodra een gemeente een plan heeft beoordeeld als onwenselijk, niet passend of ruimtelijk onvoldoende aanvaardbaar, ontstaat er een spoor in het dossier. Dat spoor blijft vaak veel langer bestaan dan initiatiefnemers zich realiseren.

Wie daarna opnieuw begint, begint meestal niet blanco. Die nee, de eerdere afwijzing, komt altijd weer boven tafel.

Dat is een ongemakkelijke werkelijkheid. Zeker voor mensen die een locatie in het buitengebied willen ontwikkelen, paarden aan huis willen houden, een paardenhouderij willen starten of bestaande hippische voorzieningen willen uitbreiden. Er wordt veel tijd, geld en energie gestoken in plannen die voor de initiatiefnemer volkomen logisch zijn. Een erf dat beter wordt ingericht. Een bedrijf dat zorgvuldig wil groeien. Een nieuwe woning bij een wijziging van de agrarische functie. Een buitenruimte die beter aansluit bij dierenwelzijn, landschap en toekomstig gebruik.

Aan de gemeentelijke kant wordt zo’n plan langs andere lijnen gelezen.

Daar ontstaat vaak het eerste verschil.

image

Een principeverzoek is geen vrijblijvende gedachte

Veel plannen beginnen met een principeverzoek, een conceptverzoek, een idee-verkenning of een vooroverleg. Dat voelt als een verstandige eerste stap. Je wilt weten of een plan kansrijk is voordat er hoge kosten worden gemaakt voor onderzoeken, tekeningen, adviseurs en procedures.

Vanaf het moment dat zo’n verzoek wordt ingediend, ontstaat er een dossier.

Het verzoek wordt geregistreerd. Er komt een zaaknummer. De locatie wordt gekoppeld aan het initiatief. De omschrijving van het principeverzoek komt in het systeem. Daarna wordt bekeken wie binnen de gemeente iets van het initiatief moet vinden.

Bij een eenvoudig verzoek wat direct binnen de regels past zoals de bouw van een dakkapel of een aanbouw kan dat beperkt blijven tot één behandelaar. Bij plannen in het buitengebied ligt dat vaak anders. Dan kijken er meerdere disciplines mee. Ruimtelijke ordening, vergunningverlening, landschap, stedenbouw, verkeer, milieu, ecologie, erfgoed, economie, recreatie, een gebiedsregisseur of soms ook het bestuur.

Iedere ambtenaren beoordeelt vanuit hun eigen vakgebied. Een gemeente moet belangen afwegen, beleid toepassen, precedentwerking voorkomen en zorgen dat ontwikkelingen passen binnen de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Daardoor kan een plan dat voor de initiatiefnemer vanzelfsprekend voelt, binnen de gemeente al snel worden opgeknipt in risico’s, aandachtspunten en mogelijke bezwaren.

De gemeente beoordeelt het plan zoals het op tafel ligt. Niet zoals het bedoeld is. Niet zoals het in het hoofd van de initiatiefnemer bestaat. Niet zoals het na verdere uitwerking zou kunnen worden.

Een buitenbak wordt dan al snel gelezen als aantasting van het landschap. Een paardenhouderij als extra gebruiksdruk, verkeer, mestopslag, hekwerken en verrommeling. Een bedrijfsactiviteit aan huis als ongewenste bedrijvigheid in het buitengebied. Natuurlijke huisvesting wordt soms niet herkend als zorgvuldig doordacht concept voor paardenwelzijn, landschapsbeheer, biodiversiteit en extensiever grondgebruik, maar teruggebracht tot paddocks, zand, afrastering en gebruiksdruk en dus vaak ‘verpaarding’ of verrommeling van het landschap.

De eerste omschrijving van een plan is daardoor veel belangrijker dan vaak wordt gedacht.

Woorden zetten een kader neer. Tekeningen zetten een beeld vast. Een summiere onderbouwing kan de indruk wekken dat er onvoldoende over het plan is nagedacht. Een ongelukkige formulering kan ertoe leiden dat een initiatief direct in de verkeerde beleidsmatige of bestuurlijke categorie terechtkomt.

Als dat eenmaal gebeurt, wordt het later moeilijk om dat beeld weer los te krijgen.

image

Wat er aan de gemeentelijke tafel gebeurt

Het plan wordt eerst in de intaketafel beoordeeld daar wordt gekeken of de gemeente het plan wenselijk vindt. Er worden veel vragen gesteld en vaak moet het plan nog meerdere aanpassingsrondes door. Als het plan wenselijk is moet het daarna vaak naar de omgevingstafel. Hierin wordt beoordeeld of het plan haalbaar is. Hier is een kort plan of verzoek niet meer aan de orde maar ligt er vaak al een uitgebreid plan wat op hoofdlijnen door een adviseur is beoordeeld op de ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties). Het is dan niet meer een verzoekje maar een compleet dossier geworden. Waar onder de oude wet een principeverzoek vaak binnen 6 tot 8 weken behandeld werd loopt het voortraject nu op van een half jaar tot soms wel 1,5 jaar. Dan kan je niet meer spreken van even kijken of iets mag.

Aan zo’n tafel wordt gekeken of een initiatief past binnen het omgevingsplan, het gemeentelijke beleid, de ruimtelijke structuur van de omgeving en de bredere belangen van het gebied. Soms wordt er vooral juridisch getoetst. Soms ligt de nadruk op landschap of stedenbouw. Soms speelt verkeer de hoofdrol. Soms zit de gevoeligheid bij milieu, natuur, geur, geluid, stikstof, erfgoed of precedentwerking.

Voor een initiatiefnemer voelt zo’n stap vaak als een verkenning.

Binnen de gemeente is het al snel een eerste weging.

Daar zit veel spanning. De initiatiefnemer legt een idee voor om richting te krijgen. De gemeente beoordeelt het initiatief op basis van de stukken die zijn ingediend. Als die stukken nog te mager zijn, te praktisch zijn ingestoken of de ruimtelijke meerwaarde onvoldoende laten zien, ontstaat een oordeel over een plan dat nog niet volwassen genoeg op tafel ligt.

 

Waarom een principeverzoek voor paarden aan huis of een paardenhouderij extra uitleg vraagt

Bij hippische plannen speelt dat extra sterk.

Veel gemeenten hebben geen duidelijk beleid voor paardenhouderijen, paarden aan huis, buitenbakken, paddocks, rijhallen, schuilgelegenheden of moderne vormen van natuurlijke huisvesting. Er zijn vaak wel regels over agrarisch gebruik, wonen, bijgebouwen, bedrijven aan huis, landschap, verkeer en milieu. Specifiek paardenbeleid ontbreekt in veel gemeenten.

Daardoor ontstaat maatwerk.

En maatwerk vraagt tijd. Het vraagt kennis van de sector. Het vraagt gevoel voor het buitengebied. Het vraagt de bereidheid om een plan zorgvuldig af te pellen.

Wat is hobbymatig gebruik? Wanneer wordt iets bedrijfsmatig? Welke voorzieningen zijn noodzakelijk voor verantwoord paardenhouden? Is een zandpaddock verrommeling of onderdeel van een zorgvuldig ingerichte natuurlijke huisvesting? Hoe verhoudt een buitenbak zich tot openheid, zichtlijnen en landschappelijke inpassing? Kan een paardenhouderij bijdragen aan kwaliteitsverbetering, biodiversiteit, beheer van gronden en het terugdringen van intensief agrarisch gebruik?

Dat zijn geen vragen die zich eenvoudig laten afvinken.

Binnen een drukke gemeentelijke organisatie is de ruimte voor zo’n zorgvuldige analyse lang niet altijd aanwezig. Behandelaars hebben volle agenda’s. Beleidskaders zijn versnipperd. Kennis over de hippische sector is niet overal aanwezig. Bestuurlijke durf is beperkt wanneer er geen duidelijke beleidslijn ligt.

Een afwijzing is dan vaak de veiligste route.

Voor de gemeente geeft een nee houvast. Voor de initiatiefnemer voelt het alsof een plan te snel van tafel wordt geveegd. In onze praktijk zien wij dat paardenprojecten daardoor regelmatig snel worden afgewezen, terwijl er bij een zorgvuldige analyse meer mogelijk had kunnen zijn.

Daarom is de eerste stap zo bepalend.

image

Wat er gebeurt nadat de gemeente 'nee' heeft gezegd

Wanneer een initiatief negatief wordt beoordeeld, volgt vaak een brief of mail met een afwijzing. Voor de initiatiefnemer is dat het moment waarop het slechte nieuws binnenkomt.

Voor de gemeente is die brief ook een vastlegging van het standpunt wat altijd bewaart blijft.

In de brief staan formuleringen die later opnieuw betekenis krijgen. Het plan past niet binnen het omgevingsplan. Het initiatief is niet wenselijk op deze locatie. De landschappelijke waarden worden aangetast. Medewerking ligt niet voor de hand. Er is sprake van ongewenste precedentwerking. De ruimtelijke aanvaardbaarheid is onvoldoende aangetoond.

Zulke zinnen lijken soms algemeen, in het dossier krijgen ze gewicht.

Bij een nieuw verzoek, ook al is dat jaren later, wordt de eerdere beoordeling erbij gepakt. Een andere behandelaar leest wat er destijds is gezegd. Een intern systeem laat zien dat het initiatief eerder negatief is beoordeeld. Oude teksten voor de afwijzing worden opnieuw gewogen en gebruikt. Vaak zien we bijna letterlijk dat eerdere afwijzingen gekopieerd worden.

Gemeenten hebben veel werk. Behandelaars wisselen. Dossiers lopen lang. Een eerder standpunt geeft houvast. Een nieuwe beoordeling begint daardoor vaak bij de vraag wat er eerder over de locatie of het initiatief is gezegd.

De eerdere afwijzing wordt daarmee geen afgesloten hoofdstuk. Het wordt een vertrekpunt voor ieder nieuw verzoek. Zelfs al is dat eerdere verzoek door een andere oude eigenaar van een locatie ingediend. Een verzoek en besluit is plaats en locatie gebonden niet persoonsgebonden. Een eerdere afwijzing waar jij mogelijk niets van weet kan toch effect hebben op jou plannen en ideeën.

Wie daarna opnieuw een plan indient, moet dus niet alleen uitleggen waarom het nieuwe plan goed is. Eerst moet helder zijn waarom het vorige plan is afgewezen, welke argumenten nog steeds boven het dossier hangen en welke route nodig is om daar op een zorgvuldige manier doorheen te komen.

 

Een goed plan kan alsnog verkeerd landen

Wij hebben dit in de praktijk meerdere keren gezien.

Een dossier dat ons scherp is bijgebleven, begon als een mooie opdracht. De vraag was bijzonder. Het ging niet om hippische voorzieningen bij een woning, maar om een woning bij reeds vergunde hippische voorzieningen te realiseren.

De locatie lag op een landgoed, in een kleine gemeente met beperkt beleid voor dit soort initiatieven. Wij zagen openingen. Er was ruimte om het plan zorgvuldig te benaderen vanuit landschap, erfstructuur, gebruik, kwaliteit, aansluiting bij het landgoed en toekomstbestendigheid voor een duurzame invulling van de ruim 2 hectare grond.

Er volgde een intensief voortraject.

We bezochten de locatie meerdere keren. We bekeken het landgoed, de bestaande situatie, de vergunde voorzieningen en de ruimtelijke context. We betrokken Stichting Landschapsbeheer Gelderland om te komen tot een plan dat verder ging dan alleen de vraag of er een woning kon worden toegevoegd. Het plan moest bijdragen aan biodiversiteit, landschappelijke versterking en een zorgvuldige inpassing binnen het gebied.

Daarna is een uitgebreid projectboek ingediend in het kader van een idee-verkenning.

Na maanden wachten kwam de reactie.

Een eenvoudige mail. Een afwijzing.

Bij het lezen viel direct iets op. De gemeente gebruikte teksten die duidelijk afkomstig waren uit een eerdere afwijzing.

Die eerdere afwijzing kenden wij niet.

De klant had niet verteld dat er al een negatief standpunt lag. Daardoor waren wij gestart alsof het initiatief nog blanco op tafel lag. Bij de gemeente bestond echter al een voorgeschiedenis. Er lag al een kader, een dossier. Er was al een nee.

Dat veranderde alles.

We kregen complimenten voor het uitvoerige werk en de kwaliteit van het stuk. Het projectboek werd gewaardeerd. Toch bleef het eerdere standpunt doorslaggevend. De gemeente viel terug op wat eerder was gezegd en geschreven.

Achteraf was helder dat wij met volledige dossierkennis een totaal andere route hadden gekozen. Dan waren we niet begonnen met een breed projectboek alsof het initiatief voor het eerst werd beoordeeld. Dan was de eerste stap geweest om het oude nee volledig te ontleden. Welke argumenten zijn gebruikt? Welke stukken lagen er destijds? Welke lijn heeft de gemeente gekozen? Welke onderdelen zijn feitelijk, juridisch of ruimtelijk nog steeds relevant? Welke strategie is nodig om dat eerdere frame te doorbreken?

Het ontbreken van het complete dossier kostte de klant veel tijd en geld. Uiteindelijk lag er opnieuw een afwijzing.

Dat is pijnlijk, juist omdat er inhoudelijk zorgvuldig werk was verricht.

Een sterk stuk is niet altijd genoeg. De juiste route is minstens zo belangrijk.

image

Na een afwijzing begint de strategie opnieuw

Een ander dossier begon met een second opinion.

De klant had het vertrouwen in haar adviseur verloren na een afwijzing door de gemeente. Zij wilde op een voormalige varkenshouderij een paardenhouderij starten, gericht op revalidatie en fysiotherapie voor paard en ruiter.

De gemeente had het plan afgewezen. In de reactie werden veel randvoorwaarden genoemd waaronder het initiatief mogelijk alsnog gerealiseerd zou kunnen worden. Op papier leek daarmee een deur open te staan.

In werkelijkheid waren de randvoorwaarden nauwelijks haalbaar.

De adviseur was al begonnen met het aanpassen van het verzoek. Het plan raakte steeds verder verstrikt in regels, beleid en beperkingen. Er ontstond een versie die misschien beter aansloot op de gemeentelijke reactie, maar steeds verder af kwam te staan van de wensen van de klant en de essentie van het bedrijf.

Wij zijn op locatie geweest. We hebben het beleid uitgezocht, de eerdere afwijzing gelezen, het aangepaste plan beoordeeld en de locatie opnieuw bekeken.

De conclusie was duidelijk.

De route klopte niet. De strategie klopte niet. Vanuit mijn ervaring als ambtenaar zag ik direct de logica waarom het plan was afgewezen, waarom de randvoorwaarden van de gemeente niet klopte en waarom we vooral niet verder moesten met het aangepaste plan. Het zou een onhoudbare en niet duurzame oplossing voor een mooi paardenbedrijf betekenen. We wisten zeker dat het aangepaste plan opnieuw zou worden afgewezen.

Daarom zijn we opnieuw begonnen.

Terug naar de essentie.

Wat mag er op deze locatie? Wat kan ruimtelijk worden onderbouwd? Wat wil de klant werkelijk realiseren? Welke onderdelen zijn noodzakelijk voor het bedrijf? Welke beleidsmatige aanknopingspunten zijn bruikbaar? Welke onderdelen van het eerdere plan werkten tegen de aanvraag? Welke positionering past beter bij de locatie, de voormalige agrarische functie en de gewenste ontwikkeling?

Daarna zijn we in overleg gegaan met de gemeente. Uitgelegd waarom wij vonden dat de route totaal verkeerd was uitgestippeld. Dat we op een andere weg veel meer kansen en mogelijkheden zagen. De gemeente stemde in en we stelde een compleet nieuw principeverzoek op. Geen aangepaste versie van het oude verzoek. Een nieuw gepositioneerd initiatief, vanuit een andere ruimtelijke logica.

Dat verzoek werd positief beoordeeld.

De natuurcompensatie en kwaliteitsverbetering vroegen nog om een verdiepingsslag. Dat is inmiddels onderdeel van de verdere uitwerking richting de ruimtelijke procedure.

Deze casus laat goed zien dat een eerdere afwijzing niet altijd het einde hoeft te zijn. Het speelveld verandert wel. Vanaf dat moment moet het dossier eerst worden begrepen, gewogen en zijn andere argumenten nodig voordat er een nieuwe stap wordt gezet.

 

Eerst het dossier, dan pas een nieuw verzoek

Bij Mount Advies willen wij bij een bestaand nee altijd eerst het volledige dossier zien.

Niet alleen de laatste brief.

Ook het eerdere verzoek. De tekeningen. De onderbouwing. De reactie van de gemeente. Eventuele verslagen van overlegtafels. Interne of externe adviezen voor zover beschikbaar. De gebruikte woorden. De volgorde van gebeurtenissen. De stukken waarop de gemeente haar standpunt heeft gebaseerd.

Daar begint de strategie.

Een nieuwe aanvraag of een nieuw principeverzoek indienen zonder volledig zicht op de voorgeschiedenis is riskant. Dan bestaat de kans dat er opnieuw wordt gebouwd op een verkeerd vertrekpunt.

Soms moet een plan inhoudelijk worden aangepast. Soms is vooral de positionering verkeerd geweest. Soms is de route te zwaar of te licht ingestoken. Soms is er beleid over het hoofd gezien. Soms is het initiatief te vroeg op tafel gelegd, zonder voldoende landschappelijke, juridische of ruimtelijke onderbouwing. Soms heeft de gemeente een oordeel gevormd op basis van een plan dat nog niet volwassen genoeg was.

Dat vraagt om zorgvuldig werk.

Een nee ombuigen gaat zelden over overtuigend schrijven alleen. Het gaat over begrijpen waar de weerstand vandaan komt. Over de vraag of die weerstand terecht is. Over het vinden van de juiste ingang. Over timing, route, onderbouwing en bestuurlijke leesbaarheid.

Voor paardenprojecten geldt dat nog sterker.

Juist omdat veel gemeenten geen helder paardenbeleid hebben, moet een initiatief vaak beter worden uitgelegd dan de initiatiefnemer vooraf verwacht. Het plan moet passen binnen regels én binnen de manier waarop een gemeente naar het buitengebied kijkt. Er moet worden aangetoond dat het initiatief geen losse verzameling voorzieningen is, maar een zorgvuldig doordacht ruimtelijk plan.

Een plan voor paarden aan huis, een paardenhouderij, een buitenbak of natuurlijke huisvesting vraagt daarom om meer dan een tekening en een korte toelichting. Het vraagt om een verhaal dat klopt. Juridisch, ruimtelijk, landschappelijk en bestuurlijk.

image

Doe eerst je huiswerk

Wij zeggen vaak tegen klanten dat zij eerst hun huiswerk moeten doen voordat zij naar de gemeente stappen.

Dat klinkt eenvoudig. In de praktijk vraagt het discipline.

Het betekent dat je eerst moet weten welke bestemming of functie op de locatie rust. Welke regels uit het omgevingsplan gelden. Welk beleid relevant is. Welke waarden het gebied heeft. Welke gevoeligheden er spelen. Welke onderzoeken nodig kunnen zijn. Welke onderdelen van het plan ruimtelijk kwetsbaar zijn. Welke route het meest logisch is. Welke taal past bij de gemeente en het gebied.

Bij een locatie met een eerdere afwijzing komt daar nog iets bij.

Dan moet eerst het oude 'nee' worden gelezen.

Een eerdere afwijzing is geen bijlage die je pas later op tafel legt. Het is vaak het document dat bepaalt waar de strategie moet beginnen.

Wie dat overslaat, loopt het risico dat een goed plan opnieuw tegen een oud standpunt aanloopt.

Nee blijft vaak nee.

Een eerdere afwijzing kan worden herzien, genuanceerd of soms zelfs worden omgebogen. Daarvoor moet eerst helder zijn hoe dat nee is ontstaan, welke argumenten nog overeind staan en welke route nodig is om het initiatief opnieuw zorgvuldig op tafel te krijgen.

Daar zit ook de waarschuwing die veel initiatiefnemers liever eerder hadden gehoord.

Snel iets indienen voelt daadkrachtig. Zeker wanneer je een locatie op het oog hebt, een aankoop wilt afronden, een bedrijf wilt starten of eindelijk duidelijkheid wilt van de gemeente. Toch kan juist die snelle stap jaren later nog in het dossier terugkomen. Een te vroeg principeverzoek, een te mager conceptverzoek of een onvoldoende doordachte idee-verkenning kan een plan blijven achtervolgen, ook wanneer het initiatief inmiddels veel beter is uitgewerkt.

In ruimtelijke ordening gaat het zelden alleen om de vraag wat je wilt realiseren.

Het gaat om het moment waarop een plan wordt ingebracht. De woorden die worden gekozen. De stukken die op tafel liggen. De kennis van het dossier. De beleidsruimte die wordt benut. De manier waarop een gemeente het initiatief kan verdedigen.

Een kansrijk plan verdient een goede eerste stap.

En wanneer die eerste stap al verkeerd is gezet, verdient het dossier eerst een eerlijke, scherpe en volledige analyse.

 

Heb je een afwijzing van de gemeente ontvangen?

Heb je al een afwijzing van de gemeente ontvangen of wil je een principeverzoek indienen voor een hippisch plan in het buitengebied? Dan is het verstandig om eerst het volledige dossier en de juiste route te laten beoordelen.

Mount Advies kijkt niet alleen naar wat je wilt realiseren. We kijken vooral naar hoe het plan strategisch, ruimtelijk en bestuurlijk goed op tafel komt.

Want een goed plan begint niet bij snelheid. Het begint bij huiswerk.

Heb je nog vragen? Ik sta graag voor je klaar.

Feije Smies - van Eijndhoven

Feije Smies - van Eijndhoven

Expert en strategisch adviseur hippische ruimtelijke ordening